Helma's Blogs Spoorzoeken Slangenburg

22.12.2021

Het is Advent

Die drie woorden, ‘het is Advent’, schieten me regelmatig te binnen in de weken vóór Kerst. De ene keer zeg ik het zuchtend, ‘het is Advent’, en dan moet ik denken aan het naderend kerstfeest en nog meer aan de kerstpreek. Dat moet ieder jaar weer de beste preek ever zijn en tja, dat voelt toch wel als een belasting in de weken ervoor. ‘Onzin, je moet je juist geen zorgen maken, mevrouw de dominee, beetje vertrouwen hebben in de Geest, hè.’ Natuurlijk, maar toch, ‘het is Advent’, zucht.

Een andere keer klinken de woorden gelukkig weer vrolijk, ‘het is Advent’, en dan geniet ik van de lichtjes in en rond de huizen waar ik langs fiets. Ja, ja, nog even en dan vieren we het feest van licht en leven. Daar kunnen we allemaal naar uitkijken. De kerstvreugde schiet me zomaar opeens te binnen, dwars door alles wat donker en somber is in deze wereld heen.

En als ik dan denk aan alles wat moeilijk en naar is op dit moment, dan krijgen de woorden ‘het is Advent’ vanzelf een andere kleur, de kleur van hoop. Ha, ja, groen is de kleur van de hoop. Dat komt dan weer mooi uit wat de kerstboom betreft. Als die eenmaal staat, dan is het bijna zover. En opeens krijg ik de smaak helemaal te pakken. ‘Het is Advent’, jubel ik, niet al te hard, eigenlijk onhoorbaar, maar met een zichtbare glimlach. ‘Het is Advent!’ En meteen zie ik ons mooie kleine kerkje, dat aan de bosrand staat, voor ogen. De kerkzaal is omgetoverd in een eetzaal en de mensen zitten aan lange kleurig gedekte tafels. Ze praten en lachen samen. En ja, natuurlijk wordt het kerstevangelie gelezen en zingen we samen de bekende kerstliederen, ‘Stille nacht, heilige nacht’. En dan is er soep en brood. Heel gewoon maar ook heel fijn om zo bij elkaar te zijn… ‘Het is Advent!’

Dit jaar gaat het feest niet door, iedereen weet waarom. Natuurlijk verzinnen we wel een aardigheidje voor de ouderen die hun kerstfeest in de kerk moeten missen. We brengen een kerstpakketje en maken een praatje, maar het blijft een beetje kaal.

‘Het is Advent’, fluister ik zacht voor me uit, maar zo anders dan anders… De dagen lijken op elkaar. Buiten is het grauw en somber en er gaat zoveel niet door. We missen elkaar. Hoe lang duurt het nog?

Midden op een regenachtige dag staat Maaike op de stoep, een jonge vrouw die stage loopt in het ziekenhuis als onderdeel van haar opleiding ‘geestelijke verzorging’. Ze wil graag een keer voorgaan in een dienst. Omdat er geen vieringen meer gehouden kunnen worden in het ziekenhuis, zal ze naar onze kerk komen, op de vierde zondag van Advent.

Ja, onze kerkdiensten gaan nog door. Mensen mogen komen, mogen meezingen. Geen koffie na afloop en aanmelden van tevoren, maar verder bijna als voor corona. Totdat, ja totdat er een persconferentie wordt gehouden op zaterdagavond, de avond vóór de vierde Adventszondag… Winkels, scholen, sportcentra, horeca, theaters, kappers allemaal dicht, per direct. Kerken passen zich aan: deuren dicht, alle diensten online.

Het is Advent. Ik val stil, weet niet hoe nu verder. Mensen reageren verschillend: terneergeslagen, boos, verdrietig, gelaten, opstandig. In de kerk is dat niet anders.

Die zondag rij ik naar de kerk met gemengde gevoelens. Zeker, ik voel me nog helemaal vol van de dag ervoor toen we tegen de klippen op zongen: ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft’, tijdens de Taizéviering in onze kerk. En ’s middags hadden we echt een vuurtje gemaakt, buiten. Vier midwinterhoornblazers bliezen hun lied van weemoed en verlangen de hemel in. Er waren wel twintig wandelaars. Onderweg werden gedichten gelezen en halverwege dronken we glühwein en chocolademelk. Bij het weggaan riepen we elkaar vrolijk toe: ‘Fijne kerstdagen! Tot volgend jaar!’ Zo warm, zo goed, zo bemoedigend.

En nu sta ik daar weer bij de kerk, zondagmorgen, de vierde Advent, een week vóór Kerst… Het miezert en de lucht is grijs. Ik voel me van binnen net zo, miezerig en grauw. Maar Maaike is er. Dapper staat ze daar achter de tafel, als een engel in haar groene jurk. Rustig en helder verkondigt ze de boodschap van de vierde Adventszondag, van het onmogelijke dat toch mogelijk is. Nee, Zacharias had het allang opgegeven, maar opeens staat hij daar met zijn zoon in de armen. Na negen stille maanden opent de oude priester zijn mond en jubelt het uit: ‘Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen en schijnen over allen die in duisternis verkeren, in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede’ (Lucas 1:78 e.v.). Ik geloof haar, ik geloof de woorden van de oude priester, ik geloof in het stralende licht dat komen zal.

Het is Advent.

Na de dienst loop ik de kerk uit en in de verte, boven het weiland, staat een waterig zonnetje. ‘Nu daagt het in het oosten, het licht schijn overal: Hij komt de volken troosten, die eeuwig heersen zal.’ De aloude woorden zing ik in mijn hart. Nog één week en dan staan we weer in dat licht, stil en eerbiedig, blij en vol verwondering.

Het is Advent.

kaarsen en boom 211218 25.jpg

Helma - 14:31:46 | 4 opmerkingen